woensdag 7 januari 2015

Inleveren voor of tegen het neoliberalisme - Paul Verhaeghe

Ik las de uiteenzetting van hoogleraar psychotherapie Paul Verhaeghe. Hij stelt scherpe vragen over het gif van neoliberalisme. Hoe moeten we reageren? Wat zijn de alternatieven? Hoe valt alles weer in zijn plooi? Moeten we inleveren voor of tegen het neoliberalisme? Eén ding is zeker; het kan zo niet verder. We moeten naar een ander model!

Hieronder geef ik mijn mening over vier ideeën, ik zal die dan ook kritisch becommentariëren. Wil je het artikel graag zelf nog eens nalezen of wil je de uiteenzetting graag bekijken? Dan kan je dat via deze link doen!

  • Het neoliberalisme is een mislukking op economisch vlak. Een eengemaakte vrije markt zou ons betere producten en diensten aanbieden die nog goedkoper zouden zijn ook. De realiteit is exact het omgekeerde. Een meer egalitair gerichte economie is volgens heel wat onderzoek productiever en efficiënter.

Het neoliberalisme werd ingevoerd met alle goede bedoelingen. Het zou niet alleen onze economie, maar de gehele samenleving verbeteren. Zoals we ondertussen hebben ontdekt, liep het net wat anders. Neoliberalisme kreeg vaak een andere betekenis opgeplakt. Vandaag wordt het gezien als iets negatiefs. Ik ben volledig akkoord met wat Verhaeghe hier meldt. Het neoliberalisme zorgde voor privatisering, deregulering en bezuinigingen op de sociale uitgaven. Wie kan dit dan nog positief noemen? Bedrijven streven naar een zo groot mogelijke winst, het welzijn van de arbeider raakt hierbij verloren. Producten worden zo goedkoop mogelijk gemaakt en zo duur mogelijk verkocht, met alle gevolgen van dien. Denk maar aan wat gebeurde in de textielfabriek in Bangladesh. Niet alleen de arbeiders, maar ook de consumenten zijn de grote dupe. De prijzen blijven stijgen. Rijken worden rijker, armen worden armer.

  • Zelfdoding kost Vlaanderen 600 miljoen euro per jaar, een ernstige bedreiging voor de economie. Hoe ziek moet een maatschappij zijn om zelfdoding uit te drukken als economische kost? 

Zoals Paul Verhaeghe zegt liggen de zaken totaal omgekeerd. Je kan de onleefbaarheid van een louter economisch gestuurde maatschappij afmeten aan het aantal drop outs, met zelfdoding als meest definitieve daarvan. Dit was voor mij het meest aangrijpende en shockende deeltje van zijn uiteenzetting. Ik merk het meer en meer, mensen rondom mij kunnen het niet meer aan. Nog geen week geleden pleegde een jongen van 16 uit mijn gemeente zelfmoord. Het is schokkend te beseffen dat zoveel mensen het niet meer zien zitten. Wat doen wij met onze wereld dat zovele jongeren er niet meer in willen leven? Duizenden jongeren weigeren om volwassen te worden. Dit las ik in een erg aangrijpend artikel. Je kan dit hier bekijken. 

  • Onderwijs speelt hierin een centrale rol.

Jongeren moeten zichzelf beschouwen als een bedrijf, waarbij kennis en vaardigheden in eerste en laatste instantie een economisch belang hebben waarmee zij hun marktwaarde kunnen verhogen. Bij hun nieuwe identiteit past hun nieuwe levensdoel, succes. Hun nieuwe norm is effectiviteit, het doel is materiële winst, de daarbij behorende deugd hebzucht. De keerzijde is de groeiende groep die zich mislukt voelt. De meesten hiervan worden sociaal angstig, autistiform, depressief en nagenoeg altijd hyperconsumerend. Verhaeghe slaat hier voor mij de nagel op de kop. Het onderwijs moet de nadrukken verleggen. 
Onze democratie heeft geesteswetenschappen nodig!! Ik las vorig jaar het boek 'Niet voor de winst" van Martha Nussbaum. Als je eens de tijd vindt!! Een echte aanrader en erg interessant als toekomstig
leerkracht. Het onderwijs vormt de basis voor onze toekomst en we kunnen het ons niet veroorloven politici vrij spel te geven. Zeker nu de meeste onder hen economie als enige, echt belangrijke aspect beschouwen.In haar boek ‘Niet voor de winst’ vraagt ze om aandacht te hebben voor kunst en geesteswetenschappen in het onderwijs. Ze wil studenten een zo ruim mogelijk pakket kennis en ervaring meegeven zodat ze niet enkel zelf leren oordelen, maar ook kritisch openstaan voor andere culturen en zienswijzen en als wereldburger door het leven kunnen gaan. Dit model wordt het liberal-arts model genoemd en is nu nog terug te vinden in Amerika. Dit is het onderwijsmodel dat we moeten verdedigen en moeten koesteren. Het zal leiden tot een betere toekomst. Is dat niet het allerbelangrijkste? Zorgen voor een betere toekomst, zodat anderen het beter kunnen hebben?

  • Er moeten heel wat beslissingen op politiek niveau gebeuren, en liefst op Europese schaal. Er is een verziekte politiek die niet in staat is beslissingen te nemen en die alle heil en redding van elders verwacht. In plaats van de grijze muizen hebben we dringend nood aan verschillende gekleurde politieke partijen die elk hun eigen ideologie naar voor schuiven in democratische concurrentie met andere ideologieën. Economie gebeurt niet op de beurs en economie moet ondergeschikt zijn en blijven aan de maatschappij, niet omgekeerd. Dat er ingeleverd zal moeten worden, is overduidelijk - in het westen leven wij zeer ver boven onze stand. Maar die inlevering moet de maatschappij ten goede komen, niet de economie. 

Hier een hele boterham!! Toch vind ik dit een erg betekenisvol stukje waarheid. Om een echte democratie te vormen hebben we nood aan verschillende uitgesproken, sterk tegenover elkaar staande ideologieën. Pas dan is er ruimte voor discussie, ruimte voor een goedwerkende democratie. In principe vraag ik dus om meer tegengestelde partijen, om visies die sterk tegenover elkaar staan. Volgens mij zorgt dit voor een meer pure democratie. Meer dan dat partijen gelijkaardige ideeën en visies hebben. Dit wat raar klinken, maar sinds ik een essay las van David Van Reybrouck. 'Pleidooi voor populisme'. In Vlaanderen en Nederland, maar eigenlijk in heel Europa, groeit de kloof tussen hoog- en laag opgeleiden. Deze laaggeschoolden vinden we amper terug in ons parlement. In onze samenleving zijn ze het talrijkst, in ons parlement zijn ze een minderheid. Vooral populistische partijen vertegenwoordigen de stem voor deze laaggeschoolden in onze samenleving. Populisme zien we als een gevaar, het doet ons denken aan tijden van oorlog. Het hoeft niet noodzakelijk een gevaar voor de democratie te zijn. Het is de vraag naar politieke betrokkenheid van het laagopgeleide volk. Het is dan ook belangrijk dat we de serieus nemen. Wat we nodig hebben is beter populisme, niet minder.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten